vrijdag 26 september 2014

De bakkersvrouw


CARAVANNEN IN FRANKRIJK

 De bakkersvrouw.

Op die voor ons zo plezierige camping in de Vogezen komt ieder ochtend, behalve de zondagochtend, een zeer energieke, een wat fors uitgevallen en zeer welbespraakte bakkersvrouw met haar autootje prompt om kwart voor negen aanrijden. Met een ouderwetse handtoeter toetert ze dan de campinggasten uit hun warme bedjes om aan te geven dat ze er weer is met haar croissants, croissants chocolats, flûtes, baguettes, pains, petits pains, pains bruns, ceriales, boucherons. Veel keus, want haar man is een ‘boulanger artisan’ in Moriville. Moriville is een buitengewoon klein en zeer onaantrekkelijk dorpje (twintig huizen, een grote kerk, een (bijna) altijd gesloten ‘mairie’, een kaaswinkel die maar tweemaal per week een paar uur open is en een paar boerderijen) in de buurt van onze camping. En natuurlijk is er die boulangerie van onze bakkersvrouw, tevens een soort van kruidenierszaakje, ofwel een winkeltje waar de dorpsbewoners en een enkele campinggast die zaken koopt die hij vergeten is mee te nemen uit de grote supermarkten in de verderop gelegen grotere plaatsen. Geen wereldzaak dus. De verkoopruimte heeft de afmetingen van een wat groot uitgevallen woonkamer. Als er drie klanten in de winkel staan is het er tjokvol. De keuze aan artikelen is er zeer, zeer beperkt, eieren van de eigen kippen, wat kaas, worsten, wat fruit en groente ongetwijfeld  uit eigen tuin, snoep, potjes confituren, flessen propaan en brood natuurlijk. Toch, maar toch, een zeker gevoel van nostalgie maakt zich van mijn vrouw en mij meester als we hier binnenlopen in een poging de middenstand van Moriville een oppepper te geven. Bovendien vinden we de bakkersvrouw een sympathiek mens die zo te zien met beperkte middelen en onder zeer beperkende omstandigheden er het allerbeste van probeert te maken. Ook doet die kleinschaligheid ons denken aan onze jeugd, die nu helaas alweer zover achter ons ligt. En u weet, vroeger was alles beter!

Toen we bakkersvrouw Anne-Marie wat beter leerde kennen en ze er zelfs zo nu en dan aan dacht wat langzamer tegen ons te praten zodat we haar gewoonlijk zo radde Frans wat beter konden volgen, vertelde ze ons dat ze heel trots was op haar nieuwe bestelauto, uiteraard een Peugeot, aangeschaft met behulp van de door de Franse staat verleende subsidie. En ze vertelde ons van het leeglopende dorp. Jonge mensen trekken weg naar de grote steden. De traditionele industrieën in deze streek, onder andere glasblazerijen, zijn bijna allemaal ter ziele en dat is te zien aan het verval van de kleine dorpen hier in de omgeving. Voor de oudere bewoners van deze streek moet het vaak zwaar zijn; vereenzaming, verlies van openbare voorzieningen en kleine winkels. Ze moeten zich maar zien te redden.
Een van deze oudere mensen was volgens Anne-Marie ‘grand’mere Therèse’. Ze was in de tachtig. Alleen achtergebleven in Moriville. Geen kinderen, geen kleinkinderen, een onzichtbare oudere zuster in Parijs. Een zeer klein pensioen, want de al vele jaren geleden overleden echtgenoot had zich nooit om een oudedagsvoorziening bekommerd (want veel zwart gewerkt) en dus had ze alleen maar haar huisje ergens aan de rand van het dorp en bijna geen inkomen. En ook geen auto en al was ze in het bezit geweest van een dergelijk vervoermiddel, dan had ze er nog niets aan gehad, want natuurlijk had ze geen rijbewijs. Dus inkopen doen in een goedkope supermarkt was er niet bij, ze was aangewezen op de ‘alimentation’, het winkeltje van onze bakkersvrouw Anne-Marie. En Anne-Marie vertelde ons het volgende;

Al jaren kwam grand’mere Therèse een of twee keer per week in mijn winkel. Scharrelde kromgebogen wat rond en iedereen kon zien dat ze het een en ander tersluiks in de zakken van haar oude lange jas liet glijden. Aangekomen bij de kassa rekende ze dan een tomaatje, een eitje af en verliet moeizaam schuifelend de winkel terwijl ik en de andere klanten wisten wat ze gedaan had. Maar als grand’mere Therèse weer vertrokken was rekende ik een paar volgende klanten een paar centen meer totdat ik de kosten van de meegenomen spullen van grand’mere Therèse had verrekend, nou ja, niet alles, maar bijna alles. En het bleef altijd zeer binnen de perken. Iedereen in Moriville wist het en accepteerde het zonder al te veel commentaar. Grand’mere Therèse bleef een gerespecteerd medebewoonster van ons dorp. Ach, nog een paar jaar dacht ik, het is zo’n lief mens en ze stond vroeger voor iedereen klaar. Maar nou heeft een paar maanden geleden onze burgemeester met haar gesproken en gezegd dat het zo niet verder met haar kon, dat ze vervuilde en dat ze zo maar dagen ziek in huis kon liggen zonder verzorging en dat ze op kosten van de staat naar een verzorgingshuis in de grote stad kon, nou ja, moest. Dat zou pas een echte ramp voor haar zijn vertelde ze me toen. Maar voordat het zover was overleed ze plotseling, we vinden het allemaal erg verdrietig.”

Waarom ontroerde dat verhaal ons nou zo. Medelijden met oude mensen die door veranderende omstandigheden worden overrompeld? Die vanzelfsprekende ondersteuning van grand’mere Therèse door haar dorpsgenoten? Zoiets.
Maar we blijven brood en andere zaken kopen in de miniwinkel van die rondtoerende bakkersvrouw, ondanks het feit dat ze veel duurder is dan die gigantische onoverzichtelijke onpersoonlijke Franse supermarkten als Leclerque en Carrevour.

Ach, caravannen in Frankrijk, je leert er zoveel van.
Marius.

 

IN FRANKRIJK MET DE CARAVAN EN .. ONWEER!


CARAVANNEN IN FRANKRIJK.

'Bloedstollende' belevenissen van beginnende caravanners.

Zoals al eerder vermeld is rijden met een combinatie van caravan en auto niet altijd even gemakkelijk. Zelfs het rijden over de vele rotondes in Frankrijk, het manoeuvreren door kleine dorpjes en het op de camping verplaatsen van de caravan met behulp van de trekkende auto zijn bezigheden die de beginnende caravanner (wat ik ben) niet altijd zomaar even succesvol afrondt. (Aan een ‘mover’ was ik toen nog niet toe, ‘ons ben zunig hè’) Nou weet ik wel dat er cursussen zijn, maar ja, als je al zo’n vijf decennia lang met allerlei motorvoertuigen over ’s herenwegen bent getrokken zonder al te veel malheur, raak je overtuigd van je eigen kunnen en wordt je wat overmoedig.
Maar na een keer in de modder vastgezeten te hebben en na een keer de caravan langs een gemeen stalen paaltje te hebben getrokken, en na een keer met meer geluk dan wijsheid van een al sinds jaar en dag verlaten camping te geraakt, en na ….. Nou ja, zo kan ik nog wel enkele negatieve ervaringen melden. Dus ik ben wat bescheidener geworden. En toch …
Afgelopen seizoen waren we weer eens uitgebreid op stap in la belle France. Na wat rondgezworven te hebben in het zuiden waren we op een goeie dag op weg van Anduze naar het noorden. We wilden via Aubenas en Privas over de col d’Escrinet (± 790m) richting Valence. Tot Aubenas over de D104 een mooie route door een golvend landschap, uitstekend te doen met caravan. Van Aubenas ga je dan over de N304, een route national die in onze ervaring met een caravan goed te berijden moest zijn. Op de onovertroffen Michelinkaart gaf een enkel pijltje aan dat er hellingen te verwachten waren van 5 tot 9%, hellingen waarvan deze jongere oudere ondertussen had ervaren dat zijn combinatie dat moest kunnen trekken. U weet wel: ‘twee vingers in de neus!’ Overigens; als ze dat tegen je gaan zeggen moet je gaan oppassen heb ik ondertussen geleerd.
Nadat we in het onooglijke plaatsje Vesseaux aan de voet van de helling onze lunch hadden verorberd gingen we richting Privas. Het was ondertussen wat donker geworden, er dreigde onweer. Maar met het naïeve vertrouwen van ‘enigszins’ ervaren trekkers gingen we op weg. De col op, met 5 tot 9% helling, met dreigend onweer. Met een caravan van 1400 kg achter onze Hyundai Tuscon. Onze Bullie, zoals we hem/het/haar altijd noemen. Die naam vanwege het van enig élégance gespeende uiterlijk van onze trekauto.
‘Bullie’ had er zin in. Zeker toen de weg nog droog was trok hij (ja, het zal wel een jongetje zijn) onze mobiele behuizing met vrolijk gemak de hellingen op. Tweede en zelfs de derde versnelling. Toen echter barstte een onweer in alle hevigheid los, zoals dat heet. Nou hoeft dat losbarsten in veel gevallen geen problemen op te leveren. Je bent in een stevig betonnen huis en je moet nergens naar toe, je staat met je auto in een parkeergarage en je hoort het buiten te keer gaan, kortom, je hoeft er ‘niet door’. Maar bij dit losbarsten hoorde een hagelbui van oudtestamentische proporties. Binnen enkele minuten was het wegdek (helling 5 tot 9%, weet u nog?) bedekt met zeker 5 cm hagel. Glad werd het, erg glad. En kijk daar had ‘Bullie’ nou niet mee gerekend. En terwijl de hagel steeds harder op de panoramische voorruit van ons vervoermiddel en op de kwetsbare bovenkant van onze caravan neerkletterde, begonnen de trekkende wielen van ‘Bullie’ steeds meer te slippen op het gladde wegdek. Het toerental van de motor liep steeds meer op en de snelheid viel steeds meer terug. Ik hoor het de meer ervaren chauffeurs al zeggen; ‘stop en zet het spul aan de kant!’
‘Ja, ja.’ Zet het spul aan de kant, 5 tot 9%, weet u wel. Ik zag mijzelf al stoppen en met het hele spul langzaam over de rand van het ravijn glijden en in ‘slow motion’ naar beneden storten.
Geloof het of niet, maar het was heel spannend. Grote hagelstenen bleven kletteren, steeds meer regenwater kwam van de hellingen afgutsen. Slippend en glijdend, en nadat ik bij het naar links uitwijken op het nippertje een langsrazende Franse idioot in een personenauto had kunnen ontwijken, bereikten we een plek aan de overkant van de weg waar ik de combinatie kon stilzetten. De hagel kletterde neer, windstoten deden de bomen neerbuigen, de donder ratelde, de bliksem was niet van de lucht, politiewagens en brandweerwagens kwamen met gillende sirenes langs, kortom sensatie, maar niet van het leuke soort. We bleken ook nog in de bedding van een beekje te staan die normaal droog stond. Maar door hevige hagel en regen steeg het waterniveau met de minuut. Omdat de weg nog steeds spiegelglad was durfden we ons niet te verplaatsen.

Het liep goed af. Nadat we met angst en beven het onweer hadden doorstaan en de waterstand bijna tot aan de vloer van de caravan hadden zien stijgen, konden we de combinatie keren en op onze schreden terugkeren en langs lager gelegen wegen via Montélimar en het dal van de Rhône zonder ongelukken en verder onweer onze bestemming bereiken.

Pffff.
En toch blijft caravannen, en zeker in Frankrijk, meestal erg leuk!

Marius